1. Zo spoedig mogelijk nadat de processtukken door de rechtbank zijn overgedragen bepaalt de raadsheer die zitting heeft in de enkelvoudige kamer in overleg met de advocaat-generaal de dag en het tijdstip waarop de terechtzitting plaatsvindt. De raadsheer kan met de verdachte of zijn raadsman overleggen over de dag en het tijdstip waarop de terechtzitting plaatsvindt.

  2. De kennisgeving van de ontvangst van de processtukken wordt, vergezeld van de oproeping bedoeld in artikel 5.4.15, aan de verdachte betekend.

  3. In afwijking van artikel 5.4.10, derde lid, onderdeel f, wordt de verdachte ter kennis gebracht dat hij bij de enkelvoudige kamer een verzoek als bedoeld in artikel 5.4.11, eerste en tweede lid, kan indienen.

  4. In afwijking van artikel 5.4.11, derde lid, wordt een verzoek, indien tussen de dag waarop de kennisgeving van de ontvangst van de processtukken aan de verdachte is betekend en die van de terechtzitting ten minste twee weken verlopen, ten minste tien dagen voor de terechtzitting ingediend. Indien de kennisgeving later dan op de veertiende dag voor de terechtzitting wordt betekend, eindigt de termijn op de vierde dag na die van de betekening, maar uiterlijk op de derde dag voor die van de terechtzitting.

  5. Op door de verdachte ingediende verzoeken is artikel 5.4.11, vierde tot en met achtste lid, van overeenkomstige toepassing.

  6. Indien de verdachte de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, wordt hem een vertaling van de kennisgeving en de oproeping uitgereikt of toegezonden dan wel wordt hem daarvan in een voor hem begrijpelijke taal mededeling gedaan.

  7. Artikel 5.4.11, negende lid, is van overeenkomstige toepassing.