1. Indien een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel bij de berechting in hoger beroep wordt behandeld, zijn de artikelen 4.4.15, 4.4.16 en 4.4.21 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het gerechtshof artikel 4.4.15 betrekt bij de vraag of het ingestelde hoger beroep al dan niet geheel of gedeeltelijk moet worden verworpen.

  2. Artikel 4.4.22 is van overeenkomstige toepassing. Artikel 5.4.42 is bij afsplitsing van toepassing op de afzonderlijke behandeling.