1. Tegen een gewijzigde strafbeschikking kan verzet worden ingesteld met overeenkomstige toepassing van de artikelen 5.3.1 tot en met 5.3.3.

  2. Een reeds ingesteld verzet wordt geacht te zijn gericht tegen de gewijzigde strafbeschikking, tenzij vrijwillig aan de gewijzigde strafbeschikking wordt voldaan.