1. Onverminderd artikel 5.2.7 kan de verdachte afstand doen van de bevoegdheid om verzet in te stellen door vrijwillig aan de strafbeschikking te voldoen.

  2. De verdachte kan tegenover een opsporingsambtenaar afstand doen van de bevoegdheid om verzet in te stellen, indien hij daarbij wordt bijgestaan door een raadsman. Alvorens de verdachte afstand doet, deelt de opsporingsambtenaar hem mee dat een gedane afstand niet kan worden herroepen. Van afstand is pas sprake als deze is vastgelegd en door de verdachte ondertekend.

  3. Verzet kan worden ingetrokken tot een week nadat de procesinleiding aan de verdachte is betekend.