1. Van de bevoegdheid om een rechtsmiddel in te stellen of in te dienen kan afstand worden gedaan zo lang de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel nog niet is verstreken. De artikelen 5.2.1 tot en met 5.2.4 zijn op het afstand doen van een rechtsmiddel van overeenkomstige toepassing, onverminderd het tweede en derde lid.

  2. Indien een zaak door een enkelvoudige kamer is behandeld, kan ook op de terechtzitting afstand worden gedaan van de bevoegdheid om een rechtsmiddel in te stellen. De mogelijkheid daartoe wordt aan de verdachte meegedeeld. De uitdrukkelijk gemachtigde raadsman kan niet op de terechtzitting afstand doen van de bevoegdheid om een rechtsmiddel in te stellen.

  3. Dat op de terechtzitting afstand is gedaan van de bevoegdheid om een rechtsmiddel in te stellen wordt in het proces-verbaal van de terechtzitting dan wel, indien het vonnis of arrest wordt aangetekend op de wijze, voorzien in artikel 4.5.9, in die aantekening vermeld.

  4. Afstand van de bevoegdheid om een rechtsmiddel in te stellen of in te dienen kan niet worden herroepen.