1. Bij het instellen of indienen van het rechtsmiddel worden in ieder geval vermeld:

    1. de naam van degene die het rechtsmiddel aanwendt, dan wel andere gegevens waarmee zijn identiteit eenvoudig kan worden vastgesteld;

    2. de beslissing of handeling waartegen het rechtsmiddel zich richt;

    3. het rechtsmiddel dat daartegen wordt aangewend.

  2. Indien een advocaat het rechtsmiddel instelt of indient, vermeldt hij tevens zijn naam en kantooradres. De advocaat verklaart daarbij dat hij specifiek tot het instellen of indienen van het rechtsmiddel is gemachtigd. De vertegenwoordiger vermeldt zijn naam en adres en verstrekt de machtiging.

  3. Elk parket en elke griffie houdt een register bij waarin ieder ingesteld of ingediend rechtsmiddel direct wordt vastgelegd. In dat register worden in ieder geval vastgelegd:

    1. de gegevens, vermeld in het eerste en het tweede lid;

    2. de dag waarop het rechtsmiddel is ingesteld of ingediend;

    3. een eventuele beperking van de omvang van het rechtsmiddel.

  4. Aan degene die het rechtsmiddel langs elektronische weg instelt of indient wordt een bevestiging verzonden.

  5. Indien het rechtsmiddel wordt ingesteld door mededeling of ingediend door afgifte, ondertekenen degene die het rechtsmiddel instelt of indient en een medewerker van de griffie dan wel, in geval van verzet, van het parket, een kopie van de registratie uit hoofde van het derde lid. Indien degene die het rechtsmiddel instelt of indient niet kan tekenen, wordt de oorzaak van het beletsel in de kopie vermeld. De kopie wordt uitgereikt aan degene die het rechtsmiddel instelt of indient.

  6. Indien het rechtsmiddel wordt ingesteld of ingediend via de post, wordt de dag van ontvangst op de ingekomen brief vermeld.

  7. De stukken die betrekking hebben op het rechtsmiddel en de ingevolge het derde lid vastgelegde gegevens worden bij de processtukken gevoegd.