1. Degene die is ingesloten in een huis van bewaring, gevangenis of rijksinstelling als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel j, van de Wet forensische zorg, dan wel in een inrichting waar een vrijheidsbenemende straf of maatregel wordt tenuitvoergelegd als bedoeld in artikel 77h van het Wetboek van Strafrecht, kan ook een rechtsmiddel instellen of indienen door een ondertekend bericht dat hij overdraagt aan het hoofd van de instelling.

  2. Het hoofd van de instelling houdt een register bij waarin hij ieder ingesteld of ingediend rechtsmiddel direct doet vastleggen. Als de dag van de instelling of indiening geldt de dag van vastlegging in dit register.

  3. Van het ondertekend bericht wordt kennis gegeven aan het parket of de griffie, bedoeld in artikel 5.2.1, onder opgave van de datum van vastlegging in het register.

  4. Onze Minister bepaalt het model van het register en kan inzake het bijhouden daarvan nadere regels geven. Het register kan door belanghebbenden worden geraadpleegd.