1. Een rechtsmiddel dat aan het openbaar ministerie is toegekend, wordt ingesteld door de officier van justitie of, in het geval het rechtsmiddel zich richt tegen een beslissing van het gerechtshof, de advocaat-generaal.

  2. In andere gevallen wordt het rechtsmiddel ingesteld of ingediend door degene die het rechtsmiddel aanwendt, dan wel, namens deze, door:

    1. een advocaat die verklaart dat hij daartoe door degene die het rechtsmiddel aanwendt specifiek is gemachtigd;

    2. een vertegenwoordiger die daartoe door degene die het rechtsmiddel aanwendt specifiek schriftelijk is gemachtigd.

  3. Verzet, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie worden ingesteld:

    1. langs elektronische weg, op bij algemene maatregel van bestuur bepaalde wijze;

    2. door overdracht van een ondertekend bericht, via de post; of

    3. door mededeling.

  4. Een bezwaarschrift en een klaagschrift worden ingediend:

    1. langs elektronische weg, op bij algemene maatregel van bestuur bepaalde wijze;

    2. door overdracht van een ondertekend bericht, via de post; of

    3. door afgifte.

  5. Officieren van justitie, advocaten-generaal en advocaten kunnen een rechtsmiddel alleen instellen of indienen langs elektronische weg.