1. Indien geen schriftelijk eindvonnis wordt gewezen, wijst de enkelvoudige kamer direct of diezelfde dag op een door hem bij de sluiting van het onderzoek te bepalen tijdstip mondeling vonnis.

  2. Het eindvonnis wordt in het proces-verbaal van de terechtzitting aangetekend:

    1. indien de enkelvoudige kamer dit ambtshalve, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte bij de uitspraak bepaalt;

    2. indien de officier van justitie, de verdachte, of de benadeelde partij uiterlijk drie maanden na de uitspraak daartoe een vordering indient of het verzoek doet;

    3. indien een gewoon rechtsmiddel tegen het eindvonnis is ingesteld, tenzij dit meer dan drie maanden na de uitspraak is gebeurd; of

    4. indien het eindvonnis bij verstek is gewezen, de oproeping niet in persoon betekend is en zich geen omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of nadere terechtzitting aan de verdachte bekend was, terwijl op de terechtzitting getuigen of deskundigen zijn gehoord dan wel een benadeelde partij zich in het strafproces heeft gevoegd.

  3. Hoofdstuk 3, Titel 3.5, is van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van artikel 4.5.7, tweede lid.