1. De enkelvoudige kamer is bevoegd een schriftelijk eindvonnis te wijzen. Op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte is zij daartoe verplicht, tenzij daarmee naar haar oordeel geen redelijk belang is gediend.

  2. In afwijking van artikel 4.3.20, vierde lid, kan voor de inhoud van de tenlastelegging naar de procesinleiding verwezen worden. Vermelding van de vordering van de officier van justitie kan achterwege blijven.

  3. Een schriftelijk eindvonnis mag in geen geval later worden uitgesproken dan twee weken na de sluiting van het onderzoek. De Algemene termijnenwet is op deze termijn niet van toepassing.

  4. Indien de rechter die over de zaak heeft geoordeeld tot de uitspraak van het schriftelijk eindvonnis buiten staat is, wordt de uitspraak gedaan door een andere rechter van dezelfde rechtbank.