1. Indien de verdachte is opgeroepen met toepassing van de termijn bedoeld in artikel 4.5.4, vijfde lid, en hij bij zijn eerste verschijning op de terechtzitting in het belang van zijn verdediging uitstel verzoekt, schorst de enkelvoudige kamer het onderzoek voor bepaalde tijd, indien het verzoek hem redelijk voorkomt.

  2. In afwijking van artikel 4.2.19, eerste lid, onderdeel b, beveelt de enkelvoudige kamer ten aanzien van een niet verschenen getuige de oproeping, indien daartoe binnen de termijn, gesteld in artikel 4.5.4, derde lid, een verzoek is gedaan dat niet is ingewilligd, en de verdachte dit verzoek herhaalt of de enkelvoudige kamer de getuige ambtshalve wenst te verhoren.