1. Een zaak kan worden berecht door de politierechter indien een overtreding of een misdrijf ten laste is gelegd en de zaak naar het aanvankelijke oordeel van de officier van justitie van eenvoudige aard is, in het bijzonder ook ten aanzien van het bewijs en de toepassing van de wet, terwijl de te vorderen gevangenisstraf niet meer dan een jaar bedraagt.

  2. De politierechter is niet bevoegd tot het opleggen van een gevangenisstraf van meer dan een jaar. Hij is evenmin bevoegd tot het opleggen van de maatregelen, bedoeld in de artikelen 37a, eerste lid, en 38m van het Wetboek van Strafrecht.