1. De behandeling van de vordering na afsplitsing vindt plaats op de wijze in Afdeling 4.3.2 voorzien, behoudens het bepaalde in de volgende leden.

  2. De verdachte wordt opgeroepen voor de zitting die door de voorzitter van de rechtbank voor de behandeling van de vordering is bepaald. Artikel 4.4.17, eerste lid, is op de oproeping van overeenkomstige toepassing.

  3. De vordering vervalt van rechtswege indien nog geen oproeping heeft plaatsgevonden als de berechting is geëindigd in een uitspraak die geen veroordeling inhoudt.

  4. De rechtbank kan bepalen dat de behandeling van de vordering wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond ten tijde van het bevel tot afsplitsing.

  5. Artikel 4.4.19 is van toepassing.