1. De bepalingen van Hoofdstuk 2 zijn van overeenkomstige toepassing voor zover daarvan in Afdeling 4.3.1 niet is afgeweken en met dien verstande dat:

    1. de artikelen 4.2.27 en 4.2.28 niet van toepassing zijn op de vordering;

    2. Afdeling 2.4.5 buiten toepassing blijft;

    3. artikel 4.2.53 buiten toepassing blijft;

    4. de officier van justitie bij de toepassing van artikel 4.2.48 een lijst overlegt van voorwerpen waarop beslag als bedoeld in artikel 2.7.4, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, is gelegd, voor zover daarbij geen bevel is gegeven als bedoeld in artikel 2.7.31;

    5. de rechtbank uiterlijk zes weken na de sluiting van het onderzoek uitspraak doet.

  2. De artikelen 4.3.8 en 4.3.9, 4.3.12 tot en met 4.3.17, 4.3.20, 4.3.21, eerste, vierde en vijfde lid, 4.3.22, eerste en derde lid, 4.3.23, eerste en derde lid, 4.3.26, 4.3.28, 4.3.29, alsmede 4.3.30 tot en met 4.3.32 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

    1. het vonnis in afwijking van artikel 4.3.21, eerste lid, de beslissingen bevat over de punten in artikel 4.4.15 vermeld;

    2. het vonnis dan wel de aanvulling in afwijking van artikel 4.3.23 de inhoud van de wettige bewijsmiddelen bevat waar de rechtbank de schatting van het op geld waardeerbare voordeel aan heeft ontleend.