1. Acht de rechtbank niet bewezen dat de verdachte het hem tenlastegelegde feit heeft begaan, dan spreekt zij hem vrij.

  2. Acht de rechtbank het tenlastegelegde feit bewezen maar het bewezenverklaarde feit geen strafbaar feit of de verdachte vanwege dat feit niet strafbaar, dan ontslaat zij hem van alle rechtsvervolging ter zake van dat feit. In het geval, bedoeld in artikel 39 van het Wetboek van Strafrecht, kan zij tevens een maatregel opleggen als voorzien in de artikelen 37a, 37b of 77s van het Wetboek van Strafrecht, indien de wettelijke voorwaarden daarvoor zijn vervuld.