1. Indien de verdachte de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, stelt de officier van justitie hem in een voor hem begrijpelijke taal in kennis van:

    1. de beslissing op grond van artikel 4.3.2 dan wel de beslissing tot veroordeling, vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging;

    2. indien een veroordeling of ontslag van alle rechtsvervolging is uitgesproken, de benaming van het strafbare feit dat het bewezenverklaarde oplevert met vermelding van de plaats waar en het tijdstip waarop het is begaan;

    3. een opgelegde straf of maatregel, alsmede de wettelijke voorschriften waarop deze is gegrond;

    4. indien een van de artikelen 14a, 22c, 38v, 38z, 77m of 77x van het Wetboek van Strafrecht is toegepast,

      1. alle beslissingen die betrekking hebben op de in deze artikelen bedoelde algemene en bijzondere voorwaarden, vrijheidsbeperkende maatregel of taakstraf;

      2. de datum van ingang van de proeftijd of maatregel, dan wel van de termijn binnen welke de taakstraf moet worden voltooid.

  2. Artikel 4.3.30, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  3. De kennisgeving behoeft niet te worden toegezonden of betekend indien de verdachte bij de uitspraak aanwezig is geweest en deze op grond van artikel 4.3.26, derde lid, voor hem is vertolkt.