1. De officier van justitie brengt het eindvonnis na ondertekening ter kennis van de verdachte die niet bij de uitspraak aanwezig is geweest.

  2. Het eindvonnis wordt, behoudens het vierde lid, aan de verdachte betekend indien:

    1. de procesinleiding of de oproeping voor de terechtzitting niet in persoon aan de verdachte is betekend;

    2. de verdachte noch een uitdrukkelijk gemachtigde raadsman op de terechtzitting is verschenen; en

    3. geen sprake is van een andere omstandigheid waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of de dag waarop het eindvonnis is uitgesproken de verdachte tevoren bekend was.

  3. Het eindvonnis wordt, behoudens het vierde lid, aan de verdachte betekend indien:

    1. de procesinleiding niet binnen zes weken nadat de verdachte verzet tegen een strafbeschikking ter zake van hetzelfde feit heeft ingesteld, in overeenstemming met de wettelijke regeling aan hem is betekend en aan hem geen onvoorwaardelijke straf of maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming van langere duur meebrengt dan zes maanden;

    2. de verdachte noch een uitdrukkelijk gemachtigde raadsman op de terechtzitting is verschenen; en

    3. geen sprake is van een andere omstandigheid waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of de dag waarop het eindvonnis is uitgesproken de verdachte tevoren bekend was.

  4. Indien het onderzoek op de terechtzitting voor onbepaalde tijd is geschorst, wordt het eindvonnis aan de verdachte betekend indien:

    1. de oproeping voor de nadere terechtzitting niet in persoon aan de verdachte is betekend;

    2. de verdachte noch een uitdrukkelijk gemachtigde raadsman op de nadere terechtzitting is verschenen; en

    3. geen sprake is van een andere omstandigheid waaruit voortvloeit dat de dag van de nadere terechtzitting of de dag waarop het eindvonnis is uitgesproken de verdachte tevoren bekend was.

  5. Het eindvonnis wordt in persoon aan de verdachte betekend indien:

    1. het op grond van het tweede, derde of vierde lid dient te worden betekend en een van de artikelen 14a, 22c, 38v, 38z, 77m of 77x van het Wetboek van Strafrecht is toegepast; of

    2. artikel 38 van het Wetboek van Strafrecht is toegepast, zodra het eindvonnis onherroepelijk is geworden.

  6. Onder het eindvonnis zijn begrepen de stukken die daarvan als bijlage deel uitmaken.

  7. De officier van justitie brengt het eindvonnis desgevraagd ter kennis van de verdachte die bij de uitspraak aanwezig is geweest.

  8. In geval het eindvonnis wordt aangevuld op de voet van artikel 4.3.23, derde lid, brengt de officier van justitie de aanvulling ter kennis van de verdachte.