1. De verdachte die zich ter zake van het tenlastegelegde feit in voorlopige hechtenis bevindt, is bij de uitspraak aanwezig. Een verdachte ten aanzien van wie geen bevel tot medebrenging is gegeven, kan te kennen geven niet aanwezig te zullen zijn bij de uitspraak. Dat geldt niet voor de verdachte, bedoeld in artikel 4.2.2, eerste lid.

  2. Indien een verdachte als bedoeld in het eerste lid, eerste zin, niet in staat is bij de uitspraak tegenwoordig te zijn, of indien een verdachte als bedoeld in artikel 4.2.2 niet aanwezig is wegens toepassing van artikel 4.2.2, tweede lid, wordt het eindvonnis hem zo spoedig mogelijk door de griffier voorgelezen, met de mededeling bedoeld in artikel 4.3.28. De griffier maakt daarvan proces-verbaal op.

  3. Indien de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt in een ander arrondissement dan dat waar de berechting heeft plaatsgevonden, kan de voorlezing van het eindvonnis worden gedaan door de griffier van de rechtbank in het arrondissement waar de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt.