1. Het eindvonnis vermeldt, in geval van oplegging van straf of maatregel dan wel toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, de wettelijke voorschriften waarop deze is gegrond.

  2. Het eindvonnis geeft in het bijzonder de redenen op die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid.

  3. Indien een strafbaar feit in de procesinleiding ter kennis van de rechtbank is gebracht met het oog op het bepalen van de straf, dan blijkt uit het eindvonnis of daar bij het bepalen van de straf op is gelet.

  4. Indien de in Titel IIIa van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht omschreven grond tot vermindering van de opgelegde straf heeft geleid, blijkt uit het eindvonnis in hoeverre deze de straf mee heeft bepaald.

  5. Als de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, dan geeft het vonnis dit gemotiveerd aan.

  6. Bij toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geeft het eindvonnis in het bijzonder de redenen op die daartoe hebben geleid.

  7. Het eindvonnis vermeldt, in geval van oplegging van een vrijheidsstraf, gelet op de mogelijkheid van deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire Beginselenwet of de voorwaardelijke invrijheidstelling, bedoeld in artikel 6:2:10, welk gedeelte van die straf in ieder geval wordt tenuitvoergelegd.