1. De beslissingen die in artikel 4.3.21 zijn vermeld, zijn gemotiveerd voor zover dat voor de begrijpelijkheid noodzakelijk is, in die zin dat die beslissingen inzichtelijk en controleerbaar zijn.

  2. Indien de rechtbank in strijd met een door de verdachte uitdrukkelijk voorgedragen standpunt aanneemt dat het tenlastegelegde een bepaald strafbaar feit oplevert of dat een bepaalde strafuitsluitingsgrond of wettelijke strafverminderingsgrond niet van toepassing is, dan geeft het eindvonnis de redenen op die daaraan ten grondslag liggen.

  3. Indien een beslissing van de rechtbank op de vragen die in de artikelen 4.3.1 en 4.3.3 zijn vermeld afwijkt van een ander door de verdachte uitdrukkelijk voorgedragen standpunt, dan wel van een standpunt dat door de officier van justitie uitdrukkelijk is voorgedragen, dan geeft het eindvonnis de redenen op die daaraan ten grondslag liggen indien dat standpunt deugdelijk is onderbouwd.

  4. Indien de rechtbank in afwijking van een uitdrukkelijk voorgedragen standpunt tot een bewezenverklaring komt, kunnen de redenen die daaraan ten grondslag liggen ook worden opgenomen in de aanvulling bedoeld in artikel 4.3.23, derde lid.