1. De rechtbank zet het onderzoek op de terechtzitting onafgebroken voort.

  2. De rechtbank kan het onderzoek onderbreken vanwege de uitgebreidheid of de duur ervan of voor het nemen van rust.

  3. De rechtbank kan beslissen dat van het onderzoek dat voor de onderbreking heeft plaatsgevonden een proces-verbaal wordt opgemaakt. Dit proces-verbaal bevat de gegevens, bedoeld in artikel 4.2.68, eerste lid, en de redenen voor onderbreking. Het proces-verbaal wordt ondertekend door de voorzitter of een van de andere rechters en de griffier en wordt voor de hervatting van het onderzoek ter kennis gebracht van de procespartijen.

  4. De artikelen 4.2.57, eerste, tweede en vierde lid, en 4.2.59 zijn van overeenkomstige toepassing.