1. De rechtbank doet uiterlijk twee weken na de sluiting van het onderzoek uitspraak. De Algemene termijnenwet is op deze termijn niet van toepassing.

  2. De rechtbank kan de uitspraak vervroegen indien een kennisgeving daarvan tijdig aan de verdachte in persoon wordt betekend. De rechtbank stelt de officier van justitie, het slachtoffer, de persoon die op grond van artikel 1.5.8 het spreekrecht heeft uitgeoefend en de tolk aan wie het tijdstip van de uitspraak was meegedeeld, in kennis van de vervroeging van de uitspraak.

  3. De rechtbank kan de uitspraak op de dag waarop zij zou plaatsvinden voor bepaalde tijd uitstellen. Zij kan de verdachte, de officier van justitie, het slachtoffer, de persoon die op grond van artikel 1.5.8 het spreekrecht heeft uitgeoefend en de tolk aan wie het tijdstip van de uitspraak was meegedeeld, daarvan op voorhand in kennis stellen.

  4. Indien de uitspraak niet binnen de ingevolge het eerste lid geldende termijn is gedaan, heropent de rechtbank het onderzoek en behandelt zij de zaak op de bestaande tenlastelegging opnieuw.