1. Indien het onderzoek voor bepaalde tijd wordt geschorst, deelt de voorzitter de datum en het tijdstip van hervatting van het onderzoek mee aan:

    1. de verdachte en zijn raadsman;

    2. de getuigen en deskundigen die nog niet op de terechtzitting zijn verhoord;

    3. het slachtoffer en de persoon die op grond van artikel 1.5.8 het spreekrecht kan uitoefenen; en

    4. de tolken.

  2. De mededeling geldt als oproeping.

  3. De personen, bedoeld in het eerste lid, die bij de mededeling niet aanwezig waren, worden voor de nadere terechtzitting opgeroepen.

  4. De rechtbank kan getuigen en deskundigen die al op de terechtzitting zijn verhoord alsmede tolken aanwijzen wier aanwezigheid op de nadere terechtzitting is vereist. Een vordering daartoe van de officier van justitie of een verzoek van de verdachte wordt toegewezen, tenzij de rechtbank van oordeel is dat door een afwijzing redelijkerwijs het openbaar ministerie niet in zijn vervolging en de verdachte niet in zijn verdediging wordt geschaad.