1. Alle bepalingen in Afdeling 2.4.3 over het verhoor van getuigen zijn van overeenkomstige toepassing op het verhoor van deskundigen, met uitzondering van de artikelen 4.2.37, derde lid, en 4.2.40.

  2. De deskundige wordt beëdigd dat hij naar waarheid en zijn geweten zal verklaren.