1. De officier van justitie kan vorderen dat de tenlastelegging wordt gewijzigd. Hij brengt daartoe de inhoud van de door hem noodzakelijk geachte wijzigingen ter kennis van de rechtbank en vordert dat die wijzigingen zullen worden toegelaten.

  2. Indien de rechtbank de vordering toewijst, laat zij de inhoud van de wijzigingen in het proces-verbaal vastleggen. Wijzigingen waardoor de tenlastelegging niet langer hetzelfde feit in de zin van artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht zou inhouden, worden niet toegelaten.