1. Indien zonder onderzoek van de zaak zelf kan blijken van nietigheid van de tenlastelegging, onbevoegdheid van de rechtbank of niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie, kan de verdachte dit direct na de voordracht van de zaak door de officier van justitie aanvoeren en toelichten.

  2. De officier van justitie kan daarop antwoorden.

  3. De verdachte en daarna de officier van justitie kunnen nogmaals het woord voeren. De verdachte krijgt de gelegenheid om als laatste het woord te voeren.

  4. De rechtbank gaat tot beraadslaging over en doet uitspraak over het gevoerde verweer.

  5. De rechtbank verwerpt het verweer als zij van oordeel is dat het ongegrond is of dat de gegrondheid ervan niet zonder onderzoek van de zaak zelf kan worden vastgesteld. De beslissing is gemotiveerd. Het onderzoek van de zaak wordt direct voortgezet.

  6. De rechtbank kan ook ambtshalve de nietigheid van de tenlastelegging, haar onbevoegdheid of de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie aan de orde stellen. Zij hoort de officier van justitie en de verdachte. De verdachte krijgt de gelegenheid om als laatste het woord te voeren.

  7. Indien de rechtbank het verweer gegrond acht of ambtshalve oordeelt dat sprake is van nietigheid van de tenlastelegging, haar onbevoegdheid of de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie wijst zij eindvonnis overeenkomstig Titel 3.5.