1. De rechtbank kan het verhoor van een niet verschenen getuige opdragen aan de rechter-commissaris indien het belang van een behoorlijke behandeling van de zaak daardoor niet wordt geschaad.

  2. Daarnaast kan de rechtbank het verhoor opdragen aan de rechter-commissaris indien de officier van justitie en de verdachte daarmee instemmen of hebben ingestemd.

  3. Indien de officier van justitie en de verdachte daarmee instemmen of hebben ingestemd kan de rechtbank de voorzitter of een van de rechters die over de zaak oordelen als rechter-commissaris aanwijzen. Deze rechter kan aan het verdere onderzoek op de terechtzitting deelnemen, tenzij bij het verhoren van de getuige is bepaald dat de verdachte en zijn raadsman daar niet bij aanwezig mogen zijn.

  4. Het verhoor wordt uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van Boek 2, Titel 10.3.