1. Indien de verdachte niet op de terechtzitting verschijnt verleent de rechtbank tegen de verdachte verstek indien zij geen aanleiding ziet voor:

    1. het nietig verklaren van de oproeping op grond van artikel 4.2.13, eerste lid; of

    2. het verlenen van een bevel tot medebrenging van de verdachte.

    Het bepaalde in de eerste zin vindt geen toepassing indien de verdachte zich laat verdedigen door een raadsman die verklaart daartoe uitdrukkelijk te zijn gemachtigd.

  2. De rechtbank verklaart het verstek vervallen indien de verdachte alsnog op de terechtzitting of na de hervatting daarvan verschijnt of zich alsnog laat verdedigen door een raadsman die verklaart daartoe uitdrukkelijk te zijn gemachtigd.

  3. Bij toepassing van het tweede lid wordt het onderzoek opnieuw aangevangen, tenzij de officier van justitie en de verdachte instemmen met voortgang in de stand waarin het onderzoek zich ten tijde van het vervallen verklaren van het verstek bevindt.

  4. Indien het onderzoek opnieuw wordt aangevangen, kan de rechtbank bepalen dat bepaalde delen van het onderzoek niet opnieuw zullen plaatsvinden.