1. De voorzitter van de rechtbank kan ter voorbereiding van de terechtzitting bevelen dat:

    1. de officier van justitie nader omschreven onderzoek zal verrichten of doen verrichten;

    2. de officier van justitie stukken zal overdragen met het oog op voeging van deze stukken bij de processtukken, dan wel stukken van overtuiging zal overleggen;

    3. van hetgeen op een geluids- of beeldopname is vastgelegd alsnog volledig proces-verbaal wordt opgemaakt;

    4. de verdachte in persoon zal verschijnen en zo nodig een bevel tot medebrenging geven.

  2. In het geval, bedoeld in artikel 4.2.2, eerste lid, geeft de voorzitter een bevel tot medebrenging tenzij de omstandigheden, bedoeld in artikel 4.2.2, tweede lid, zich naar zijn oordeel voordoen en de verplichte verschijning achterwege kan blijven.