1. De officier van justitie roept voor de terechtzitting op:

    1. de getuigen en deskundigen die hij in de procesinleiding heeft opgegeven;

    2. de getuigen en deskundigen van wie de oproeping door de voorzitter is bevolen;

    3. andere getuigen en deskundigen die de officier van justitie wenst te verhoren.

  2. De voorzitter kan het verhoor van een getuige of deskundige, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a of c, aan de rechter-commissaris opdragen of bepalen dat een van de rechters die over de zaak oordelen, de getuige of deskundige als rechter-commissaris zal verhoren. Artikel 4.1.4, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  3. De officier van justitie roept voorts voor de terechtzitting op:

    1. het slachtoffer dat daarom heeft verzocht;

    2. de persoon die op grond van artikel 1.5.8 het spreekrecht kan uitoefenen en om oproeping heeft verzocht.