1. De klager en degene op wie het beklag betrekking heeft worden in de oproeping gewezen op het recht op rechtsbijstand, bedoeld in artikel 1.2.18, derde en vierde lid, en op de mogelijkheid om toevoeging van een advocaat te verzoeken.

  2. De kennisneming van de stukken vindt plaats op de wijze door de voorzitter te bepalen. De voorzitter kan, ambtshalve of op vordering van de advocaat-generaal, bepaalde stukken van kennisneming uitzonderen in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer of van de opsporing en vervolging van strafbare feiten dan wel op zwaarwichtige gronden aan het algemeen belang ontleend. Van de omstandigheid dat stukken worden onthouden, worden de klager en degene op wie het beklag betrekking heeft in kennis gesteld.

  3. De voorzitter kan, ambtshalve of op vordering van de advocaat-generaal, bepalen dat in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer of van de opsporing en vervolging van strafbare feiten dan wel op zwaarwichtige gronden aan het algemeen belang ontleend, van bepaalde stukken of gedeelten daarvan geen kopie wordt verstrekt.

  4. Van de beslissing om van bepaalde stukken of gedeelten daarvan geen kopie te verstrekken, worden de klager of degene op wie het beklag betrekking heeft in kennis gesteld.