1. De rechtstreeks belanghebbende kan zich bij het gerechtshof beklagen over het achterwege blijven van opsporing, vervolging of voortzetting van de vervolging van een strafbaar feit, alsmede over het vervolgen van een strafbaar feit door middel van een strafbeschikking.

  2. Beklag over het achterwege blijven van opsporing van een strafbaar feit kan alleen plaatsvinden tegen een beslissing van de officier van justitie op een klacht van de rechtstreeks belanghebbende over niet-opsporing. Deze klacht wordt ingediend bij de officier van justitie onder wiens gezag het opsporingsonderzoek had moeten plaatsvinden of heeft plaatsgevonden. Artikel 3.5.4, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. De betrokken opsporingsdienst draagt er zorg voor dat de officier van justitie tijdig alle stukken en inlichtingen ontvangt die voor de beoordeling van de klacht van belang zijn. De officier van justitie neemt binnen zes weken een beslissing over de klacht. Van de beslissing van de officier van justitie worden de rechtstreeks belanghebbende die zich heeft beklaagd en, indien bekend, degene op wie de klacht betrekking heeft direct in kennis gesteld. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de uitvoering van dit artikellid.

  3. Indien de beslissing waarover is geklaagd, is genomen door een officier van justitie bij een arrondissementsparket, is het gerechtshof waaronder het arrondissement ressorteert, bevoegd te oordelen over het beklag. Indien de beslissing is genomen door een officier van justitie bij het landelijk parket of bij het functioneel parket, is het gerechtshof Den Haag bevoegd. Indien de beslissing is genomen naar aanleiding van het in de uitoefening van zijn functie gebruiken van geweld door een ambtenaar, aan wie bij of krachtens artikel 7, eerste of negende lid, van de Politiewet 2012 of artikel 6, eerste lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten de bevoegdheid geweld te gebruiken is toegekend, is het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevoegd. Indien de beslissing is genomen door een officier van justitie bij het parket centrale verwerking openbaar ministerie, is bevoegd het gerechtshof in het ressort waar de klager woon- of verblijfplaats heeft. Bij gebreke daaraan is het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevoegd.