1. De strafbeschikking kan worden ingetrokken of gewijzigd door de officier van justitie die bevoegd is om een daartegen ingesteld verzet ter kennis van de rechtbank te brengen, ook in de gevallen waarin niet overeenkomstig Boek 5, Hoofdstuk 3, verzet is gedaan.

  2. Een wijziging waardoor de omschrijving van het feit niet langer hetzelfde feit in de zin van artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht zou inhouden, is niet toegestaan.

  3. De officier van justitie kan de termijn verlengen die is gesteld bij een overeenkomstig artikel 3.3.1 gegeven aanwijzing.

  4. Een kopie van de beschikking waarbij de strafbeschikking wordt gewijzigd of ingetrokken wordt aan de verdachte uitgereikt of aan hem toegezonden.