1. De rechtbank kan verklaren dat de zaak is geëindigd:

    1. op verzoek van de verdachte die is verhoord;

    2. op voordracht van de rechter-commissaris, bedoeld in artikel 2.10.67, tweede lid; of

    3. op verzoek van de verdachte indien in het geval, bedoeld in artikel 3.1.2, of in het geval, bedoeld in artikel 4.1.15, vervolging uitblijft zonder dat de verdachte ervan in kennis is gesteld dat van voortzetting van de vervolging wordt afgezien.

  2. De rechtstreeks belanghebbende die bekend is wordt gehoord, althans hiertoe opgeroepen.

  3. De behandeling van het verzoek of de voordracht is niet openbaar.

  4. De raadkamer kan, indien de officier van justitie aannemelijk maakt dat vervolging zal worden ingesteld of voortgezet, de beslissing telkens voor bepaalde tijd aanhouden.

  5. De beslissing van de raadkamer wordt direct ter kennis gebracht van de rechtstreeks belanghebbende die bekend is.