1. Indien door de uitoefening van een van de in dit hoofdstuk opgenomen bevoegdheden gegevens zijn verkregen die mededelingen behelzen waarover het functioneel verschoningsrecht zich uitstrekt, worden deze gegevens vernietigd.

  2. Voor zover gegevens andere mededelingen behelzen gedaan door of aan een functioneel verschoningsgerechtigde dan wel in de gevallen, bedoeld in artikel 2.7.61, worden zij niet bij de processtukken gevoegd dan na een voorafgaande machtiging door de rechter-commissaris.

  3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de uitvoering van dit artikel.