1. Indien bij een onderzoek van gegevens als bedoeld in Titel 7.3 in een digitale-gegevensdrager of in een geautomatiseerd werk gegevens worden aangetroffen met betrekking tot welke of met behulp waarvan het strafbare feit is begaan of die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang, kan de officier van justitie bevelen dat een opsporingsambtenaar die gegevens ontoegankelijk maakt voor zover dit noodzakelijk is ter beëindiging van het strafbare feit of ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten. In geval van ingrijpend stelselmatig onderzoek van gegevens als bedoeld in artikel 2.7.38, tweede lid, behoeft de officier van justitie ook voor het geven van dit bevel een door de rechter-commissaris verleende machtiging.

  2. In geval tijdens een betreding of doorzoeking die het verrichten van onderzoek van gegevens tot doel heeft, gegevens ontoegankelijk worden gemaakt, wordt direct een bewijs van uitoefening van deze bevoegdheid uitgereikt aan degene bij wie de gegevens ontoegankelijk zijn gemaakt, of achtergelaten op de plaats die is betreden of doorzocht. Dit bewijs vermeldt de aard van de ontoegankelijk gemaakte gegevens.

  3. De officier van justitie dan wel, indien de rechter-commissaris de ontoegankelijkmaking van gegevens heeft bevolen, de rechter-commissaris kan, indien het belang van het onderzoek dit dringend vereist, bevelen dat het uitreiken, achterlaten of ter kennis brengen van het bewijs wordt uitgesteld zolang het belang van het onderzoek zich hiertegen verzet.

  4. Indien gegevens ontoegankelijk worden gemaakt tijdens een doorzoeking op afstand als bedoeld in artikel 2.7.37, derde lid, wordt het bewijs, bedoeld in het tweede lid, zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de persoon bij wie die doorzoeking plaatsvindt. Het derde lid is op het ter kennis brengen van het bewijs van overeenkomstige toepassing.

  5. Zodra het belang van de strafvordering zich niet meer verzet tegen de opheffing van de ontoegankelijkmaking, beveelt de officier van justitie dat de ontoegankelijkmaking ongedaan wordt gemaakt.