1. De officier van justitie kan bevelen dat de bewaring van inbeslaggenomen voorwerpen wordt beëindigd indien:

    1. de voorwerpen niet geschikt zijn voor opslag;

    2. de kosten van de bewaring van de voorwerpen niet in een redelijke verhouding staan tot hun waarde;

    3. de voorwerpen vervangbaar zijn en hun tegenwaarde op eenvoudige wijze kan worden bepaald;

    4. het andere roerende zaken dan geld betreft en na de datum van inbeslagneming twee jaar zijn verstreken of

    5. het voorwerpen betreft die zijn inbeslaggenomen ter bewaring van het recht op verhaal als bedoeld in artikel 2.7.19, terwijl die voorwerpen naar verwachting aan aanzienlijke waardevermindering onderhevig zijn.

  2. Indien de officier van justitie voornemens is een bevel te geven ten aanzien van voorwerpen die op grond van artikel 2.7.19 zijn inbeslaggenomen, stelt hij de beslagene hiervan tijdig in kennis opdat deze om teruggave onder zekerheidsstelling kan verzoeken.

  3. Het bevel strekt tot vervreemding, vernietiging, het prijsgeven of het tot een ander doel dan het onderzoek bestemmen van het inbeslaggenomen voorwerp. Ten aanzien van voorwerpen die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, wordt alleen een bevel tot vernietiging gegeven.

  4. Het bevel is gericht tot de bewaarder of tot de ambtenaar die de voorwerpen onder zich heeft. Deze draagt zorg voor het bepalen en vastleggen van de waarde die het voorwerp op dat moment bij verkoop redelijkerwijs zou hebben opgebracht.

  5. Indien inbeslaggenomen voorwerpen tegen baat worden vervreemd, blijft het beslag rusten op de verkregen opbrengst.

  6. De bewaarder of de ambtenaar die de inbeslaggenomen voorwerpen onder zich heeft, kan de officier van justitie schriftelijk verzoeken toepassing te geven aan het eerste lid. Indien de officier van justitie niet binnen zes weken na de ontvangst van het verzoek heeft beslist, is de bewaarder of de ambtenaar bevoegd om de inbeslaggenomen voorwerpen waarop het verzoek betrekking heeft te vervreemden, te vernietigen, prijs te geven of tot een ander doel dan het onderzoek te bestemmen.

  7. Dit artikel is niet van toepassing op inbeslaggenomen voorwerpen als bedoeld in artikel 2.7.24, tweede lid.