1. In geval van verdenking van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, kunnen voorwerpen die kunnen dienen tot bewaring van het recht tot verhaal voor een voor dat misdrijf op te leggen geldboete inbeslaggenomen worden.

  2. In geval van verdenking van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vierde categorie kan worden opgelegd en waardoor op geld waardeerbaar voordeel van enig belang kan zijn verkregen, kunnen voorwerpen die kunnen dienen tot bewaring van het recht tot verhaal voor een naar aanleiding van dat misdrijf op te leggen ontnemingsmaatregel inbeslaggenomen worden.

  3. In geval van verdenking van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vierde categorie kan worden opgelegd, kunnen voorwerpen die kunnen dienen tot bewaring van het recht tot verhaal voor een voor dat misdrijf op te leggen schadevergoedingsmaatregel inbeslaggenomen worden.

  4. Voorwerpen die toebehoren aan een ander dan de verdachte kunnen worden inbeslaggenomen indien voldoende aanwijzingen bestaan dat deze voorwerpen geheel of ten dele aan die ander zijn gaan toebehoren met het kennelijke doel de uitwinning van voorwerpen te bemoeilijken of te verhinderen, en die ander dit wist of redelijkerwijs kon vermoeden.

  5. In het geval, bedoeld in het vierde lid, kunnen tevens andere aan de betrokken persoon toebehorende voorwerpen worden inbeslaggenomen, tot ten hoogste de waarde van de in het vierde lid bedoelde voorwerpen.

  6. Voor de inbeslagneming op grond van dit artikel is een machtiging van de rechter-commissaris vereist.