Een onderzoek als bedoeld in Titel 6.5 kan alleen met toestemming van een persoon die behoort tot een groep van vijftien of meer personen waarbinnen de mogelijke dader van het misdrijf of een familielid van de mogelijke dader kan worden gevonden, worden verricht indien:
er sprake is van verdenking van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld of van verdenking van een misdrijf als omschreven in de artikelen 109, 110, 141, tweede lid, onderdeel 1°, 181, onderdeel 2°, 182, 247, 248a, 248b, 249, 281, eerste lid, onderdeel 1°, 290, 300, tweede en derde lid, en 301, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht; en
de rechter-commissaris daartoe een machtiging heeft verleend.