1. In geval van verdenking van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld, kan de officier van justitie bevelen dat van de verdachte:

    1. haar wordt afgenomen ten behoeve van een vergelijkend haaronderzoek;

    2. haar wordt afgenomen ten behoeve van een isotopenonderzoek;

    3. onverminderd de artikelen 2.6.10, eerste lid, en 2.6.11, tweede lid, lichaamsmateriaal wordt afgenomen ten behoeve van een toxicologisch onderzoek; of

    4. onverminderd artikel 2.6.20, eerste lid, lichaamsmateriaal wordt afgenomen ten behoeve van een microbiologisch onderzoek.

  2. Het bevel wordt uitgevoerd door een arts of een verpleegkundige. Zo nodig kan de arts of verpleegkundige daarbij de hulp van een opsporingsambtenaar inroepen. Het bevel kan in de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen door een opsporingsambtenaar worden uitgevoerd.