1. De verdachte die aan de rechtbank om opheffing van de voorlopige hechtenis heeft verzocht, kan eenmaal tegen een afwijzende beslissing op dat verzoek hoger beroep instellen bij het gerechtshof. Hij kan eveneens eenmaal hoger beroep instellen bij het gerechtshof tegen een afwijzende beslissing van de rechtbank op een verzoek om schorsing van de voorlopige hechtenis.

  2. Het hoger beroep wordt telkens binnen drie dagen na de betekening van de beslissing ingesteld.