1. Uiterlijk drie dagen na de tenuitvoerlegging kan de verdachte tegen een bevel van de rechtbank tot gevangenneming of gevangenhouding hoger beroep instellen bij het gerechtshof.

  2. De verdachte kan hoger beroep instellen tegen een bevel van de rechtbank tot verlenging van de voorlopige hechtenis, maar alleen wanneer door hem geen hoger beroep werd ingesteld tegen het bevel tot gevangenneming of gevangenhouding en ook niet tegen een eerder bevel tot verlenging. Deze beperking is niet van toepassing indien bij de verlenging van het bevel tot voorlopige hechtenis het in het bevel omschreven feit is aangevuld of gewijzigd overeenkomstig artikel 2.5.47. Het hoger beroep wordt binnen drie dagen na de betekening van het bevel ingesteld.

  3. Uiterlijk drie dagen na de beslissing van de rechtbank, bedoeld in artikel 2.5.50, eerste lid, kan de verdachte daartegen hoger beroep instellen bij het gerechtshof.