1. Indien de rechter-commissaris of de rechtbank anders dan op vordering van de officier van justitie de schorsing van de voorlopige hechtenis beveelt of een bevel tot schorsing wijzigt, kan de officier van justitie tegen die beslissing binnen twee weken beroep instellen bij de rechtbank respectievelijk hoger beroep bij het gerechtshof.

  2. Indien de rechtbank anders dan op vordering van de officier van justitie het bevel tot voorlopige hechtenis opheft, kan de officier van justitie tegen die beslissing binnen twee weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof.

  3. Indien de rechter-commissaris de invrijheidstelling van de verdachte beveelt, kan de officier van justitie tegen die beslissing binnen twee weken beroep instellen bij de rechtbank.