1. Buiten het geval van ontdekking op heterdaad kan de officier van justitie bevelen dat een opsporingsambtenaar de verdachte aanhoudt en hem zo spoedig mogelijk voorgeleidt aan de officier van justitie of de hulpofficier van justitie.

  2. Een bevel tot aanhouding buiten heterdaad kan worden gegeven in geval van verdenking van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Een bevel tot aanhouding buiten heterdaad kan ook worden gegeven in het geval waarin geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland van de verdachte kan worden vastgesteld en hij wordt verdacht van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf is gesteld.

  3. Indien het bevel van de officier van justitie niet kan worden afgewacht, kan het bevel door de hulpofficier van justitie worden gegeven. De hulpofficier van justitie doet de officier van justitie direct mededeling van de aanhouding.

  4. Indien het bevel van de officier van justitie of de hulpofficier van justitie niet kan worden afgewacht, kan de opsporingsambtenaar de verdachte aanhouden. De verdachte wordt direct voorgeleid aan de officier van justitie of de hulpofficier van justitie.

  5. Buiten het geval van ontdekking op heterdaad kan een persoon in de openbare dienst van een vreemde staat, voor zover een verdrag daarin voorziet, in Nederland de verdachte aanhouden, onder de verplichting om de aangehoudene zo spoedig mogelijk voor te geleiden aan de officier van justitie of de hulpofficier van justitie.