1. Indien de officier van justitie voornemens is vervolging in te stellen voor nog een ander feit dan in het bevel tot voorlopige hechtenis is omschreven ofwel voor een feit dat met het in dat bevel omschreven feit samenhangt en daarvoor in de plaats komt, kan hij vorderen dat de voorlopige hechtenis ook of alleen voor dat andere feit wordt bevolen.

  2. Indien de vordering wordt toegewezen, wordt voorzien in een aangepaste omschrijving van het feit die beantwoordt aan het bepaalde in artikel 2.5.21, tweede lid.

  3. Na het indienen van de procesinleiding worden geen andere feiten in de omschrijving opgenomen.

  4. Indien de verdachte niet voorafgaand aan de toewijzing van de vordering kon worden gehoord, wordt hij direct na de beslissing gehoord op de wijze voorzien in artikel 2.5.23, tweede en derde lid.