1. Wanneer de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding of gevangenneming is verstreken, kan de officier van justitie ook vóór de aanvang van het onderzoek op de terechtzitting zo spoedig mogelijk de gevangenneming van de nog niet in vrijheid gestelde verdachte vorderen, indien:

    1. de officier van justitie heeft verzuimd tijdig de vordering tot verlenging in te dienen;

    2. de voorwaarden voor toepassing van voorlopige hechtenis nog bestaan; en

    3. het bevel tot voorlopige hechtenis was gegeven wegens verdenking van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld.

  2. De rechtbank beslist op de vordering binnen een dag na de indiening daarvan. De verdachte wordt gehoord. De verdachte wordt in afwachting van de beslissing op de vordering tot gevangenneming niet in vrijheid gesteld.