1. Bij beslissingen van de raadkamer tot onbevoegdverklaring en tot buitenvervolgingstelling wordt het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.

  2. Indien de onbevoegdverklaring wordt gegeven naar aanleiding van een op grond van artikel 3.2.1 ingediend bezwaarschrift is artikel 2.5.50 van overeenkomstige toepassing.

  3. In andere gevallen van onbevoegdverklaring kan de rechter, indien naar zijn mening een andere rechter wel bevoegd is het strafbare feit te berechten, bepalen dat het bevel nog voor een door hem te bepalen termijn van ten hoogste een maand na het onherroepelijk worden van zijn beslissing van kracht zal blijven. De officier van justitie kan in dat geval een vordering tot bewaring indienen bij de rechter-commissaris in een door hem bevoegd geachte rechtbank.