1. De aangehouden verdachte voor wie ingevolge artikel 2.3.7 een raadsman beschikbaar is, wordt de gelegenheid verschaft om voorafgaand aan het eerste verhoor gedurende ten hoogste een half uur met hem een onderhoud te hebben. De officier van justitie of de hulpofficier van justitie kan deze termijn, indien deze ontoereikend blijkt, op verzoek van de verdachte of zijn raadsman met ten hoogste een half uur verlengen, tenzij het belang van het onderzoek zich daartegen verzet. Het onderhoud kan ook door middel van telecommunicatie plaatsvinden.

  2. De verdachte, bedoeld in artikel 2.3.7 kan alleen dan afstand doen van het onderhoud, nadat hij door een raadsman over de gevolgen daarvan is ingelicht.