1. Het proces-verbaal van verhoor vermeldt het tijdstip waarop het verhoor is aangevangen, eventueel wordt onderbroken en hervat, en waarop het is beëindigd. Het bevat de redenen voor het onderbreken van het verhoor; het vermeldt verder de locatie van het verhoor en de identiteit van de personen die aan het verhoor hebben deelgenomen. Aangetekend wordt of van het verhoor geluidsopnamen of geluids- en beeldopnamen zijn gemaakt.

  2. De verklaringen van de verdachte of getuige worden in het proces-verbaal van het verhoor zoveel mogelijk in zijn eigen woorden opgenomen. Dat geldt in het bijzonder voor verklaringen van de verdachte die een bekentenis van schuld inhouden. De verklaringen van de verdachte of getuige worden zo volledig mogelijk weergegeven en zoveel mogelijk in vraag- en antwoordvorm.

  3. Aan de verdachte of getuige wordt de gelegenheid geboden om opmerkingen te maken over de weergave van zijn verklaring in het proces-verbaal. Deze opmerkingen worden in het proces-verbaal vermeld, voor zover zij niet worden overgenomen. Indien de verdachte of getuige met de verklaring instemt, ondertekent hij deze, tenzij sprake is van toepassing van artikel 2.3.4, eerste lid. Indien ondertekening achterwege blijft, wordt de weigering of oorzaak daarvan vermeld.