1. Van het verhoor kunnen geluidsopnamen of geluids- en beeldopnamen worden gemaakt. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen daarover nadere regels worden gesteld.

  2. Indien van het verhoor geluidsopnamen of geluids- en beeldopnamen worden gemaakt deelt de verhorende opsporingsambtenaar dit mede aan de verdachte of getuige.